Distributiebedrijf Katoennatie Waaslandhaven StoraEnso Zeebrugge Phenolchemie Doel
Toegevoegde Waarde v/d zeehavens
Bondig samengevat wordt de directe toegevoegde waarde berekend als de som van de personeelkosten, afschrijvingen, en andere kosten, bedrijfsresultaten en exploitatiesubsidie van zowel de particuliere ondernemingen als de overheidsondernemingen die werkzaam zijn in een havengebied. Daarnaast is er ook een indirecte toegevoegde waarde van activiteiten die plaatsvinden buiten het havengebied, maar gegenereerd worden terwille van de haven.

 RORO Cobelfret Zeebrugge
Boudewijnkanaal Brugge Zeebrugge

We hebben er alleen maar belang bij goederen via onze Vlaamse zeehavens te verladen als: (1) dit ons op Vlaams niveau globaal iets opbrengt, dit betekent dat als deze activiteit voor de globale economie bijkomende werkgelegenheid creëert en deze bijkomende werkgelegenheid en activiteiten (laden, lossen, transporteren, distribueren, VAL [value added logistics], administratieve activiteiten, expediteuren, douaneactiviteiten, enz. ) ten aanzien van het bruto regionaal product een positieve bijdrage (toegevoegde waarde) tot stand brengen. En (2) als door deze doorvoeractiviteit er voor onze eigen consumptiebehoeften er een voordeel aan verbonden is doordat de we door het schaaleffect van een hoger volume, ook onze eigen goederen goedkoper kunnen behandelen, distribueren, enz . En
(3) als we daardoor onze mobiliteit minder wordt gehinderd dan door doorvoer van goederen behandeld in andere vreemde havens.

Elk jaar publiceert de NBB omstreeks juni een studie met betrekking tot het economisch belang van de Vlaamse zeehavens. Sinds 2006 (gegevens 2004) is in de working paper eveneens het belang van de haven van Luik hieraan toegevoegd en sinds 2008 ook de haven van Brussel. De analyse omvat de sociaal situatie van de havens van Antwerpen, Gent, Oostende en Zeebrugge in één bundel ondergebracht en hierin worden naast de directe ook de indirecte effecten van de havenactiviteit op de economie van het land geraamd.

De gebruikte micro-economisch gegevens zijn afkomstig van de balansrekening van de NBB en van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR). Dit instituut wordt vooral geraadpleegd voor de raming van de indirecte effecten. De studie concerteert zich op de bedrijfstakken die een economische link hebben met de Vlaamse zeehavens. De publicatie van deze studie wordt bepaald door de beschikbaarheid van de gegevens, dat inhoudt dat telkens er een vertraging van twee jaar is omdat de bedrijven deze gegevens (balansen) met één jaar vertraging moeten inleveren en er daarna een verwerking van de gegevens vereist is. De toegevoegde waarde in miljoenen euro wordt in de studie uitgedrukt in lopende prijzen, dit wil zeggen dat de inflatie hierin begrepen zit, zodat een deel van de toename van de toegevoegde waarde aan de inflatie te wijten is. De tabel hieronder geeft het verloop weer sinds 1997.

naar top

 

Oostendse visser Radartoren in werking

De Nationale Bank maakt een onderscheidt tussen de toegevoegde waarde afkomstig van de maritieme cluster (goederenbehandeling, expediteuren, rederijen, scheepsbouw, havenaanleg, visserij, maritieme handel) en de niet maritieme cluster (handel, industrie, transport, logistieke diensten).

Naargelang de havens is de omvang van beide sectoren verschillend. Zo is in de kusthavens, in het bijzonder Zeebrugge, het aandeel van de maritieme sector dominant; in de haven van Antwerpen en vooral in Gent is het aandeel van de industrie bepalend. Havens waar het industriële activiteiten bepalend zijn hebben een veel groter toegevoegde waarde dan havens waar het maritieme deel bepalend is. Industrie in een haven is daarom welkom omdat de economische baat het hoogst is.

De NBB is daarom steeds zeer voorzichtig bij de voorstelling van haar jaarlijks rapport. Ze wijst er op dat het maken van vergelijkingen terzake risicovol is. Zo is het overduidelijk dat een industriële haven met een hoge toegevoegde waarde, maar met beperkte goederenvolume sowieso goed scoort, terwijl een haven met een beperkte industriële activiteit in de haven maar een relatief hoog goederenvolume laag zal scoren. Het samen mixen van maritieme en niet maritieme toegevoegde en relatieveren op het goederenvolume van de haven is geen realistisch wetenschappelijke waardecriterium.

Uit de cijfergegevens kan afgeleid worden dat de haven van Antwerpen de laatste jaren naar toegevoegde waarde ongeveer 66 à 68 % van de gehele Vlaamse havenactiviteiten omvat, gevolgd door de haven van Gent met ca 22 à 24 %. Dit is het gevolg van de aanwezigheid van grootschalige industrie in deze havens. Jaarlijks kan men de studie downloaden op de site van de NBB. onder het item PERS. Merkwaardig is dat de haven van Antwerpen, ondanks het feit dat ze minder dan de helft van het goederenvolume van Rotterdam heeft, bijna eenzelfde toegevoegde waarde creëert. Wat nogmaals het belang onderstreept van de chemische sector in Antwerpen. Echter nu de groei van de haven zich concentreert omheen het behandelen van containers zal relatief de omvang van de toegevoegde waarde in de toekomst niet toenemen in verhouding tot de omvang van het zeegoederenvolume.

De totale TW als som van de directe en indirecte TW bedroeg in 2014 ongeveer 27,97 miljard euro d.w.z.8,5 % van het BBP van België. De toegevoegde waarde gegenereerd door de onderzochte ondernemingen (in de havengebieden) beliep 14,927 miljard euro , d.w.z. 4,4% van dit BBP. Op basis van de Vlaanderen mag men deze procenten ongeveer verdubbelen (maal 1,74) . Wegens de bankencrisis was 2009 een relatief slecht jaar.

TW Vlaanderen
Spoorwerken naar Deurganckdok Waaslandhaven

Een overzicht van de directe en indirecte toegevoegde waarde in de Vlaamse zeehavens en het relatief belang van elk (maritieme bedrijven, niet-maritieme bedrijven en de overheid) van is weer te vinden op volgende excelbestanden:

Let op : wat Oostende betreft ligt een significant gedeelte van de opgenomen toegevoegde waarde buiten het huidige afgebakende havengebied

 

naar top

 

Laatst bijgewerkt : augustus 20, 2016